Acute verloskunde

Wat gebeurt er als een zwangere vrouw ineens buikpijn krijgt en zich niet goed voelt? Snelle herkenning, tijdige diagnostiek en behandeling is cruciaal bij deze obstetrische spoedsituaties. Dan is het belangrijk dat zorgverleners dit snel opmerken en weten bij wie ze terecht kunnen in de keten. Door op tijd te onderzoeken wat er aan de hand is en goed samen te werken, kan er snel begonnen worden met de juiste behandeling. Zo wordt voorkomen dat het erger wordt voor moeder en baby. Om die reden werken het Consortium Zwangerschap & Geboorte Noord-Nederland (ZeGNN) en het Acute Zorgnetwerk Noord-Nederland (AZNN) samen.  

Het Consortium Zwangerschap & Geboorte Noord-Nederland (ZeGNN) werkt aan betere geboortezorg samen met de negen noordelijke verloskundige samenwerkingsverbanden (VSV’s).
Dat doen ze door samen te werken aan onderzoek, het delen van praktijkervaringen en het maken en uitvoeren van beleid. Zorgprofessionals uit verschillende disciplines werken hierbij nauw samen, over de grenzen van organisaties heen. Het consortium is sterk verbonden met de regio, betrekt cliënten actief en zorgt voor een goede koppeling tussen wetenschap en praktijk. 

Bureau AZNN coördineert het Regionaal Overleg Acute Zorg (ROAZ) waar ketenpartners afspraken maken over het borgen van beschikbaarheid, bereikbaarheid en kwaliteit van acute zorg, waaronder ook de acute geboortezorg. De verbinding tussen het consortium ZeGNN en het AZNN is praktisch vormgegeven in de werkgroep capaciteit van het consortium ZeGNN.   

Wie zijn erbij betrokken? 

In de werkgroep capaciteit zijn zorgprofessionals uit de 1e , 2e en 3e lijn vertegenwoordigd. Waaronder: kraamzorg, verloskundigen, gynaecologen, kinderartsen en managers. Zij vertegenwoordigen verschillende zorginstellingen in de regio en brengen ieder hun eigen perspectief en expertise mee.  

Wat doet de werkgroep capaciteit van het consortium ZeGNN? 

Drie keer per jaar komt de groep bij elkaar om de volgende onderwerpen te bespreken:  

  • Capaciteitsproblematiek in de regio 
  • Evaluatie van het regionaal protocol    
  • Relevante onderwerpen voor het Tactisch ROAZ 
  • Landelijk Platform Zorgcoördinatie, module geboortezorg 

Waarom is dit belangrijk? 

Een acute situatie kan voórkomen tijdens een zwangerschap (bijvoorbeeld dreigende eclampsie), tijdens de bevalling (bijvoorbeeld foetale nood) , na een bevalling (bijvoorbeeld levensbedreigend bloedverlies) en tijdens de neonatale periode (bijvoorbeeld asfyxie). Elke minuut telt. Door goede afstemming tussen ketenpartners en het voortdurend actualiseren van werkprocessen, kunnen vrouw en kind in elke fase sneller en effectiever worden behandeld – wat direct bijdraagt aan betere uitkomsten en minder restschade. 

Wat is er afgesproken? 

De afspraken tussen ketenpartners zijn vastgelegd in het Regionaal protocol acute verloskunde Noord Nederland. Deze is vastgesteld door het Bestuurlijk ROAZ in 2021 en in juni 2026 geactualiseerd. Deze bevat onder meer afspraken over het opstarten van parallelle acties bij obstetrische spoedsituaties en het vervoer van de moeder en/of zuigeling en de bijbehorende overdracht. De afspraken gaan over spoedsituaties in de eerste lijn (thuis of poliklinisch), tweede lijn (ziekenhuis) en derde lijn (UMC, MMT, NICU). Het regionaal protocol is een aanvulling op de protocollen van de negen verloskundige samenwerkingsverbanden (VSV’s) in Noord-Nederland.