Traumatriage in de praktijk

Je zult er maar staan, op een koude en winderige dag. Bij een motorrijder die met 60 km/uur in de buurt van Emmen onderuit is gegaan op een nat wegdek. Dat hij een heupfractuur heeft is duidelijk, verder geeft hij weinig klachten aan. Hoe groot is de kans dat het hier om een multitraumapatiënt gaat? Waar ga je met hem naar toe? Ambulanceverpleegkundige Martijn Rozeboom staat regelmatig voor die keuze. Hoe gaat hij te werk? En tegen welke dilemma’s loopt hij aan?
Martijn vertelt: ‘Patiënten triëren is voor mij dagelijks werk. Mijn ervaring als ambulanceverpleegkundige en het Landelijk Protocol Ambulancezorg (LPA) helpen mij keuzes te maken als ik met de ambulance bij een patiënt kom. Dat is niet altijd ingewikkeld. Als ik bij een zwaar ongeval kom en daar een patiënt aantref met ernstig hersenletsel en diverse fracturen, dan is het duidelijk: dat is een multitraumapatiënt en die brengen we naar een level-1 traumacentrum, het UMCG dus.
Maar vaak is het minder duidelijk. Zoals bij deze motorrijder. Die lijkt alleen een heupfractuur te hebben, maar na diagnostiek in het ziekenhuis kan zomaar blijken dat hij tijdens zijn val ook in aanraking is gekomen met zijn stuur en een gescheurde milt heeft. Hadden we hem voor de zekerheid dan bij voorbaat al naar het level-1 traumacentrum moeten brengen? Met als gevolg dat er voor langere tijd een ambulance uit de regio weg is en met het risico dat dat centrum tegen capaciteitsproblemen aanloopt als er meer multitraumapatiënten worden binnen gebracht?’
Los van het feit dat ‘op straat’ niet altijd duidelijk is of een patiënt een multitrauma patiënt is, kunnen er andere redenen zijn om iemand eerst naar een regionaal ziekenhuis te brengen. Martijn: ‘In Noord-Nederland hebben we te maken met grote afstanden en lange aanrijdtijden naar het level-1 traumacentrum. Het MMT is niet altijd beschikbaar. Dan ben ik wel eens genoodzaakt om de patiënt voor stabilisatie naar het dichtstbijzijnde ziekenhuis te brengen. Zo kan ik voorkomen dat de patiënt tijdens het vervoer over grotere afstand zorg nodig heeft die ik niet kan geven in de ambulance. Een goede en tijdige vooraankondiging is daarbij heel belangrijk, zodat iedereen op de SEH klaar staat.’
De casuïstiek zoals hiervoor beschreven illustreert de afwegingen die ambulanceverpleegkundigen dagelijks maken bij de triage van (mogelijke) multitraumapatiënten. Afwegingen die niet altijd 1-op-1 passen op de 90% multitraumanorm. Martijn: ‘Het is goed dat er protocollen en richtlijnen zijn die ons helpen bij de triage. Dat betekent echter niet dat een patiënt die een multitrauma zou kunnen hebben, per definitie tekort gedaan wordt als hij niet direct naar het level-1 traumacentrum gebracht is. Ik ben nieuwsgierig naar tools die onze triage misschien nog verder kunnen verbeteren, zoals bijvoorbeeld de Traumatriage app. Al met al blijven we steeds kritisch kijken hoe we patiënten met multitrauma’s zoveel mogelijk rechtstreeks naar het level-1 traumacentrum kunnen brengen, zonder dat dat leidt tot overbelasting van dat centrum en te veel lange ambulanceritten in de regio. Een uitdaging. Elke dag weer.’
