‘Er is geen silver bullit maar beter afstemmen helpt’ Barth Nieman (DDG)

14 juli 2022
Het idee van minister Kuipers voor regionale zorgcoördinatiecentra? Barth Nieman is er stellig over. ‘Toen ik vijf jaar geleden in deze functie aan de slag ging werd er al gesproken over het ideaal van één centraal telefoonnummer dat direct zorgdraagt voor de juiste zorg op de juiste plek. Inmiddels weet ik, zo’n ‘eredivisie’ van zorgcoördinatiecentra klinkt eenvoudig maar in de praktijk is dit idee moeilijk te realiseren. Je hebt super triagisten nodig, met een super triagesysteem, met volledig inzicht in alle capaciteit van de ketenpartners, patiëntendossiers, beschikbaarheid in de ANW, zicht op de actuele instroom, doorstroom en uitstroom, enz. enz.’

Achteraf is het mooi wonen

Nee, Barth ziet zo’n coördinatiecentrum er niet snel van komen. ‘Kijk, áchteraf gezien kun je vaak stellen dat een bepaalde zorgvraag beter door een andere ketenpartner opgepakt had kunnen worden. Maar ‘achteraf is het mooi wonen’, zeggen we dan in Groningen. Om vóóraf die triage inschatting te maken is super lastig, een triagist zou op vijf schermen tegelijk moeten kijken en inzicht moeten hebben in alle dossiers. Triage is een risico inschatting op basis van wat de patiënt jou vertelt. Heel veel respect voor dit vak. Achteraf vaststellen dat het wel meevalt met de patiënt zegt alleen iets over hoe defensief, weinig risicovol de triage systemen en -methoden zijn.’

Onderdelen bestaan al

Hoe zorgcoördinatie dan wel beter kan? Daar heeft Barth wel een idee over. Kijk naar wat je hebt, er gaat al heel veel goed in onze regio en probeer dat met elkaar te delen of verder uit te bouwen. Veel onderdelen van goede zorgcoördinatie zijn al lang in gang gezet. Bij de DDG hebben we het idee dat ons speciale warme wachtrij een bijdrage zou kunnen leveren. Dat zijn we nu aan het onderzoeken met ketenpartners.

Warme wachtrij

Eerst even uitleggen wat dat eigen triagesysteem inhoudt. De DDG wordt 160.000 keer per jaar gebeld. Op een zaterdag is dat circa 1000 maal. Een patiënt komt bij DDG niet in een wachtrij, de telefoon wordt snel opgenomen door daarvoor opgeleide geneeskunde studenten, dat is uniek in Nederland. De studenten triëren eerst of het spoed is en vragen nauwkeurig de gegevens uit. Bellers worden ingedeeld in drie categorieën:

1) Spoed, wordt direct doorverbonden met een spoed triagist, mogelijk moet er een ambulance gebeld worden.
2) Dringend, patiënt wordt binnen 15 minuten teruggebeld.

3) Routine, patiënt wordt binnen 30 minuten teruggebeld of langer, bij drukte.

Op deze manier wordt er een ‘warme wachtrij’ gecreëerd. ‘De gedachte is dat we deze warme wachtrij mogelijk in kunnen zetten om de patiënt die ons belt sneller op de juiste plek te krijgen in de keten’, vertelt Barth. ‘We onderzoeken dat nu vanuit het project Zorgcoördinatie, samen met AZNN, De Meldkamer/Ambulancezorg Groningen, TSN voor de Wijkverpleging en de Zorgcentrale en Lentis voor de GGZ. Een van de ideeën is om bijvoorbeeld een digitaal signaleringssysteem in te voeren, waarbij ketenpartners een signaal krijgen om even mee te kijken in het systeem en in te schatten of de betreffende patiëntvraag door hun opgepakt zou kunnen worden.’

Ontmoeten en leren

Er zijn inmiddels twee live sessie georganiseerd met Lentis en TSN. ‘De ervaring leert dat patiënten in de warme wachtrij in grote mate inderdaad door de triagisten van DDG afgehandeld dienen te worden. Wel zijn er mogelijkheden, enkele gevallen waarbij de patiënt wellicht beter direct door Lentis of TSN kan worden opgepakt. Dit lijken echter zeer kleine aantallen, is de gezamenlijke inschatting. De samenwerking kan hierdoor wel nog worden verbeterd. In die zin waren de live sessies wel heel leerzaam. Er is geen silver bullit maar wat zeker werkt is elkaar in de keten nog vaker ontmoeten en leren, weten, wat we voor elkaar kunnen betekenen.’
Barth heeft nog wel een ander idee. ‘We hebben het nu over warm doorverbinden door ons als DDG, maar omgekeerd zijn ook verbeteringen mogelijk. Denk bijvoorbeeld aan de Meldkamer. Als centralisten daar warm zouden kunnen doorverbinden naar de Doktersdienst zou dat ook helpen om zorg sneller op de juiste plek te krijgen. Volgens het triagesysteem van de meldkamer kan dat nu niet.

Bouwen op wat goed gaat

Deze verbetering moeten we volgens Barth doen vanuit de huidige structuur, bouwen op wat goed gaat en niet door een extra laag in de vorm van een coördinatiecentrum toe te voegen. ‘Ons eigen systeem werkt relatief gezien al heel goed. Het zorgt voor directe contacten, mensen met echte spoedvragen worden snel teruggebeld en er zijn geen lange wachtrijen bij het eerste telefoontje. Wellicht is de warme wachtrij wel de toekomst van het zorgcoördinatiecentrum. De echte spoed meteen doorverbinden, de rest klaarzetten voor de ketenpartners om op te pakken. Toch een silver bullit?’

Deel dit nieuwsbericht

Terug naar overzicht