De rol van de VVT in de acute zorg

Tijdens de Coronacrisis werd het steeds meer zichtbaar: de sector Verpleeg- en verzorgingshuizen en thuiszorg (VVT) speelt een belangrijke rol in de keten van de acute zorg. Inmiddels is de sector vast vertegenwoordigd aan de ROAZ tafel. Maar welke rol de VVT speelt in de acute zorg is niet voor iedereen duidelijk.
Gia Wallinga werkt al 27 jaar voor Icare Verpleging en Verzorging. Ruim vijf jaar geleden werd ze er directeur bestuurder. Ester Kuiper was tijdelijk directeur bij Icare en werd daarna bestuurder bij de Kwadrant Groep. In een dubbelinterview vertellen ze meer over de rol van de VVT in de acute zorg.
Veel mensen kennen de VVT als de sector waar mensen kunnen wonen en zorg krijgen als het thuis niet langer kan. Daarnaast van de wijkverpleging die meerdere keren per dag of week bij mensen thuis komt, zodat ze nog wél thuis kunnen blijven wonen en hun eigen leven kunnen blijven leiden. Dat de VVT ook onderdeel is van de keten van acute zorg, is veel minder bekend. Wanneer doen mensen acuut een beroep op de VVT?
We houden mensen steeds langer thuis, ook met complexere aandoeningen. Dat betekent automatisch dat het aantal acute vragen toeneemt. Die lossen we als VVT-sector vaak zelf op. Een aantal voorbeelden van situaties die voorkomen:
- Iemand die thuis valt en via de alarmknop hulp vraagt aan de alarmcentrale;
- Een thuiswonende oudere die een delier krijgt en erg in de war raakt, waardoor thuis wonen ineens niet meer verantwoord is;
- Twee mensen van 90 die het samen met mantelzorg nog redden, waarbij de mantelzorger zijn of haar been breekt; of waarbij een van de ouderen ziek wordt, waardoor de ander het alleen niet meer redt.
- Iemand die ’s nachts de huisartsenpost belt, waarbij de triagist inschat dat er beter een wijkverpleegkundige naar deze zorgvrager toe kan gaan dan een huisarts. De triagist schakelt de nachtzorg van de wijkverpleging in die de patiënt thuis bezoekt..
- Iemand die de HAP of SEH terechtkomt en naar huis terugkeert, waarbij de wijkverpleging hulp kan bieden door hulpmiddelen in te zetten, mantelzorgers te instrueren en weer rust in een situatie te brengen die voor de patient vaak heftig is.
Zomaar een greep uit de vele voorbeelden waarbij burgers acute zorg nodig hebben, die door wijkverpleegkundigen wordt gegeven of door het verpleeghuis wordt opgevangen.
Omdat we mensen steeds langer thuis laten wonen en er steeds minder verpleeghuisbedden beschikbaar zijn terwijl de bevolking vergrijst, groeit de druk op de (acute) VVT. Tegelijkertijd nemen jullie taken over van huisartsen en ziekenhuizen. En is er sprake van personeelskrapte. Hoe doen jullie dat?
Het klopt inderdaad dat we als VVT-sector steeds meer taken overnemen van huisartsen en ziekenhuizen. Zo krijgen inwoners van Friesland en Drenthe die in de avond-, nacht- en weekenddienst hulp nodig hebben in verband met hun blaaskatheter, tegenwoordig bezoek van een verpleegkundige in plaats van een huisarts. In Leeuwarden en Heerenveen loopt een pilot waarbij (wijk-)verpleegkundigen zorg van de huisarts over kunnen nemen doordat ze nu met een zorgtas met meetapparatuur en wondverzorgingsmiddelen op pad gaan – Ankje Tjeerdsma vertelt hierover verderop in deze update. Mensen gaan na een ziekenhuisopname of na een opname in de geriatrische revalidatiezorg eerder naar huis, en hebben daardoor meer en langer thuiszorg nodig dan voorheen. Waarbij een deel juist goed herstelt door weer in het dagelijks leven te zijn.
We spelen onder andere ruimte vrij voor deze zorgtaken door (nog) beter te kijken hoe de vraag die een cliënt heeft opgelost kan worden. Heeft iemand echt zorg nodig, of speelt er een welzijnsvraagstuk? Kan een vraag opgelost worden door technologie in te zetten? Voorheen kwam een wijkverpleegkundige dagelijks bij iemand thuis om een oog te druppelen. Daar zetten we nu een druppelbril voor in. Dat wordt nog wel eens gezien als verschraling van zorg, maar daar kijken wij anders tegen aan. Wat is fijner als je 75 bent? Nog 10 jaar elke dag moeten wachten op de wijkverpleegkundige die je ogen komt druppelen? Of dat zelfstandig kunnen doen met behulp van een bril en zo je vrijheid behouden? Hetzelfde geldt voor het aan- en uittrekken van steunkousen. Door hen te leren hoe ze het met hulpmiddelen zelf kunnen doen, worden ze niet afhankelijk. En mocht er een eenzaamheidsvraagstuk spelen waardoor iemand het fijn zou vinden als er wel elke dag iemand komt, dan bekijken we welke organisatie, vrijwilliger of mantelzorger daar iets in kan doen. De juiste zorg op de juiste plek door de juiste zorg- of hulpverlener.
Wat kunnen partners in de acute zorg leren van de VVT?
Binnen de VVT werken we al langere tijd met advanced care planning. Al in een vroeg stadium voeren we met cliënten het gesprek over wat voor hen (nog) belangrijk is in het leven. Willen ze nog medische behandelingen ondergaan, naar het ziekenhuis? Daarmee voorkomen we onnodige behandelingen en ziekenhuisopnames en verbeteren we de kwaliteit van leven van mensen.

Wat heeft de VVT nodig om deze ontwikkelingen door te kunnen zetten?
We merken dat de verschuiving van taken vaak pas echt goed van de grond komt als zorg- en hulpverleners elkaar kennen. Door elkaars verhaal te horen, kom je erachter welke sector op welke manier het verschil kan maken. Ontstaat vertrouwen en kom je samen tot nieuwe oplossingen.
Goede afstemming tussen de sectoren is ook van groot belang. Zo wordt er op dit moment bijvoorbeeld veel geriatrische herstelzorg gedaan in de ziekenhuizen. Dat betekent voor de VVT dat er veel patiënten naar huis komen die thuiszorg nodig hebben. Het ziekenhuis kan mensen voorbereiden op weer zelfstandig worden. Als wij weten dat deze zorg wordt ingepland, dan kunnen we onze capaciteit daaraan aanpassen. Nu worden we vaak nog verrast, waardoor we mensen niet altijd de zorg kunnen bieden die ze nodig hebben. En ze daardoor langer in het ziekenhuis moeten blijven.
Daarnaast is het van belang dat systemen worden aangepast aan deze nieuwe manier van werken. Zo kunnen triagisten op de huisartsenpost heel gemakkelijk een huisarts naar een zorgvrager sturen, maar moeten ze ingewikkelde toeren uithalen om een wijkverpleegkundige te vragen om te gaan.
En tot slot is financiering van belang. We rusten wijkverpleegkundigen uit met een zorgtas, waardoor ze regelmatig kunnen voorkomen dat een cliënt ook nog door een huisarts moet worden gezien, of dat er een ambulance gaat rijden. Dat scheelt de zorg veel geld, maar wij krijgen de tassen niet gefinancierd. De financieringsstromen volgen de ontwikkelingen die in de zorg al gaande zijn nog niet.
