Pilot zorgcoördinatie “Knelpunten ombuigen tot oplossingen, dat is wat we doen”
“Als verpleegkundige heb ik dagelijks contact met patiënten. Daardoor is het voor mij ook goed zichtbaar wat beter kan. Anderen doen dat vanuit hun vakgebied. Dit soort informatie nemen we mee naar onze overleggen pilot zorgcoördinatie en samen bespreken we hoe we het werk beter kunnen doen. Heel gericht op een aantal zogenoemde ingangsklachten.”
Fijn dat we dat niet van elkaar weten
Tijdens één van de eerste overleggen kwam Annagreet achter een aantal zaken waarover ze niet eerder had gehoord. “Fijn dat we dat niet van elkaar weten”, liet zij zich toen ontvallen. Wat bedoelde ze daarmee? “Ik zal een casus als voorbeeld geven. Met de ambulance komen we bij een mevrouw van 84 die al meermalen is gevallen. Ze heeft een indicatie voor een verpleeghuis maar is in afwachting van een beschikbare plek. Ik zie aan haar motoriek dat ze ieder moment weer kan vallen. Eigenlijk zou mevrouw het beste gebaat zijn bij een ELV-bed – een tijdelijk bed in een verzorgingsomgeving. Hoe krijg je dat voor elkaar? Via de huisarts? En hoe zou dat in het weekend gaan? Hoe dat werkt, weet ik niet terwijl dat wel goed zou zijn om ter plaatse zo efficiënt mogelijk te werken. Op dit moment is in de ANW-uren een huisarts al gauw twee uur bezig om een bed te regelen. In ons overleg Pilot zorgcoördinatie bespreken we; hoe zouden we dit sneller kunnen organiseren. Bijvoorbeeld via een transferverpleegkundige.”
Wat wil je graag bereiken?
“Voorop staat de zorgvrager – en dat is vaak de patiënt. Dat wat we doen, daar moet de patiënt bij gebaat zijn. De best passende zorg. Waarbij flexibiliteit en innovatie vanuit ons als zorgverleners wordt geboden. Om dat voor elkaar te krijgen, is het nodig dat we dezelfde taal gaan spreken. Daarmee bedoel ik: dat we volgens een gezamenlijk bepaalde methodiek rapporteren en met elkaar kunnen meekijken. Tot slot zou ik het – op termijn want daar gaat nog wel wat tijd overheen om voor elkaar te krijgen – heel fijn vinden om triage via één zorgcoördinatiecentrum voor elkaar te krijgen.”
Aanpak
In Noord-Nederland behandelt de werkgroep de ingangsklachten volgens een ist/soll methode waarin helder wordt wat het verschil is tussen de huidige situatie en de gewenste situatie. Wat vindt Annagreet van deze aanpak? “De manier waarop we nu samenwerken, spreekt mij erg aan. We zijn heel gericht bezig met onderwerpen als ‘het gaat niet langer thuis’. Processen brengen we in beeld, we komen tot oplossingen voor knelpunten en dat is heel fijn. We hebben nu vijf thema’s in kaart gebracht met acties die we gaan aanpakken.”
Vijf thema’s
1. Bereikbaarheid in de keten: wie kan je op welke manier bereiken
2. Samenwerkingsafspraken: wat én hoe dragen we informatie en/of patiënten over
3. Capaciteit: wie werkt wanneer en is er ook voldoende capaciteit beschikbaar om het werk te doen. Denk hierbij aan de inzet van wijkverpleegkundigen in de ANW-uren.
4. Stakeholders: in de pilot zijn niet alle zorgorganisaties uit Noord Nederland betrokken. Dat kan niet. Daarom brengen we in kaart welke zorgorganisaties en andere partijen moeten weten over de stappen die we zetten.
5. Data en systemen: elke organisaties werkt met zijn eigen systeem en helaas kunnen we niet zomaar bij elkaar kijken. Een zeer bekend probleem in heel Nederland. We gaan ons inzetten dat we wel kunnen meelezen in patiëntinformatie.
